Vennootschapsbelasting

Vennootschapsbelasting

De vennootschapsbelasting is door het wetsvoorstel ‘Werken aan winst' met ingang van 1 januari 2007 ingrijpend veranderd. De herziening omvat diverse gunstige regelingen en grondslagverbredende maatregelen voor bv's én IB-ondernemers. Voor u als ondernemer is het belangrijk om te weten wat de kansen en bedreigingen zijn.

Verlaging VPB-tarief
Het tarief van de vennootschapsbelasting (VPB) is in 2007 drastisch verlaagd van 29,6% naar 25,5% (gemiddelde Europese Unie). Daarnaast zijn er twee MKB-tariefschijven gekomen: 20% over de eerste € 25.000 winst en 23,5% over de tweede € 35.000 winst. Hebt u een eenmanszaak, dan kan het aantrekkelijk zijn om deze om te zetten in een bv.

Het tarief is in 2008 verder verlaagd. Bij een winst tot € 40.000 bedraagt het tarief 20%. Voor het deel van de belastbare winst dat meer is dan € 40.000, maar minder dan € 200.000 bedraagt het tarief 23%. Over het meerdere boven € 200.000 bent u aan vennootschapsbelasting 25,5% kwijt.

Dividendbelasting
De dividendbelasting bedraagt 15%. Bent u directeur-grootaandeelhouder van een holding-bv die een fiscale eenheid vormt met één of meer dochtervennootschappen, dan kunt u overwegen om deze fiscale eenheid te beëindigen. De dividendbelasting zal per bv lager zijn dan over het totaal van de bv's.

Boxenstelsel in de VPB
De vennootschapsbelasting heeft een boxenstelsel gekregen. Het doel van de afzonderlijke boxen voor octrooien en groepsrente is om innovatieve bedrijfsactiviteiten te stimuleren én hoogwaardige arbeid aan te trekken.

In de octrooibox kunt u opbrengsten van immateriële activa tegen een tarief van 10% laten belasten, nadat de kosten van ontwikkeling zijn ingelopen. Per 1 januari 2008 is de octrooibox verder uitgebreid. Voortaan komen ook immateriële activa, waarvoor geen octrooi is verleend maar die zijn voortgekomen uit een speur-en ontwikkelingsproject, in aanmerking voor het gunstige tarief. Voorwaarde is wel dat Senternovem een S&O verklaring heeft afgegeven. 

In de groepsrentebox kunt u de te ontvangen én te betalen rente voor financieringsactiviteiten binnen een concern in de belastingheffing betrekken tegen een tarief van 5%. Deze box is tot op heden (juni 2008) nog niet goedgekeurd door de Europese Commissie.

Deelnemingsvrijstelling
Deelnemingsvrijstelling voorkomt een dubbele heffing van winstbelasting binnen een concern en maakt daarmee een fiscaal optimale concernopbouw mogelijk. De regels voor deze vrijstelling zijn beter op elkaar afgestemd, versoepeld en op enkele punten aangescherpt, maar blijven ingewikkeld. Raadpleeg uw adviseur voor toepassing van de regeling.

Renteaftrekbeperkingen
De regelingen inzake renteaftrekbeperkingen zijn geïntegreerd en gestroomlijnd met diverse maatregelen op het gebied van hybride leningen en specifieke renteaftrekbeperkingen.

Hybride leningen
De definities voor hybride leningen zijn vervallen. Een lening functioneert feitelijk als eigen vermogen als de vergoeding afhankelijk is van de winst, de schuld achtergesteld is bij alle concurrente schuldeisers, én de schuld geen vaste looptijd heeft en slechts opeisbaar is bij faillissement, surseance van betaling of liquidatie van de debiteur.

Specifieke renteaftrekbeperkingen
De rente bij constructies waarbij op gekunstelde wijze rentelasten worden gecreëerd is niet meer aftrekbaar. Bijvoorbeeld bij dividenduitkeringen, teruggaven van aandelenkapitaal of kapitaalstortingen die schuldig worden gebleven of gefinancierd worden met een lening van een groepsmaatschappij. Deze wijziging vraagt om een kritische beoordeling van de financieringsstructuur van uw bv. Vraag uw adviseur naar de uitzonderingen en overleg welke maatregelen u moet treffen om een renteaftrekbeperking te vermijden.

Per 1 januari 2008 is de anti-misbruikbepaling inzake renteaftrek verder aangescherpt. Ondanks het feit dat in het buitenland 10% of meer belasting wordt betaald door de ontvanger, mag de fiscus voortaan aantonen dat er geen sprake is van zakelijke overwegingen. Slaagt de fiscus hierin dan is de binnen het concern betaalde rente niet aftrekbaar. Uiteraard blijft de rente voor gewone zakelijke transacties wel aftrekbaar.

Kostenaftrek aandelen
Heeft u een bv en verstrekt u uw werknemers opties op (uit te geven) eigen aandelen, dan kunt u de kosten hiervoor niet meer aftrekken. Hiertoe is besloten omdat er geen sprake is van ondernemingskosten, maar van aandeelhouderslasten. U kunt de kosten niet meer in aftrek brengen tot het bedrag dat bij uw werknemers belast is met loon- of inkomstenbelasting. Voor aandelenoptierechten die vóór 24 mei 2006 zijn toegekend aan werknemers geldt een overgangsregeling indien het tijdstip van aftrek gelegen is na 1 januari 2007, maar vóór 2010.

Verliesverrekening
De termijnen voor verliesverrekening zijn voor bv's en aanmerkelijk-belanghouders beperkt. Een verlies uit onderneming over een jaar kunt u nog slechts verrekenen met de winst van één voorafgaand jaar en negen volgende jaren. Voor IB-ondernemers blijft de achterwaartse verliesverrekening drie jaar. De negenjaarstermijn geldt ook voor verliezen uit een resultaat uit overige werkzaamheden en de terbeschikkingstellingregeling. Vraag uw adviseur naar de overgangsregeling.

Afschrijving vastgoed
De afschrijving op vastgoed is beperkt, zowel voor bv's als IB-ondernemers. Afschrijving is nog slechts toegestaan indien en voorzover de boekwaarde van een gebouw hoger is dan de bodemwaarde. De bodemwaarde is gelijk aan de WOZ-waarde als een gebouw voor tenminste 70% ter beschikking gesteld of verhuurd wordt aan een derde. Is een gebouw in eigen gebruik, dan is de bodemwaarde 50% van de WOZ-waarde. Hebt u een gebouw dat al voor 1 januari 2007 tot uw ondernemings-of resultaatvermogen behoorde en waarop u nog geen drie jaar heeft afgeschreven, vraag dan uw adviseur naar de overgangsregeling.

Afschrijvingsbeperkingen
Voor bv's en IB-ondenemers geldt voor alle bedrijfsmiddelen een minimale afschrijvingsduur van vijf jaar. Per boekjaar mag u maximaal 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten afschrijven. Voor goodwill is de afschrijvingstermijn op tenminste tien jaar gesteld: de maximale afschrijving bedraagt 10% van de aanschaffingskosten. Voortbrengingskosten van immateriële activa (zoals software en auteursrechten) mogen vanaf 1 januari 2007 ineens ten laste van de winst worden gebracht.

Let op! Afwaardering op lagere bedrijfswaarde is nog steeds mogelijk.

Waardering onderhanden werk
De fiscale waardering voor onderhanden werk is aangepast. Als bv of IB-ondernemer moet u op het onderhanden werk voortschrijdend winst nemen. Dat gebeurt door een verplichte waardering op het gedeelte van de overeengekomen vergoeding voor het aangenomen werk dat is toe te rekenen aan het onderhanden werk. Hetzelfde geldt voor onderhanden opdrachten.

Persoonlijk advies
De vennootschapsbelasting is per 1 januari 2007 ingrijpend veranderd. Voor u als ondernemer is het belangrijk om goed op de hoogte te zijn van alle wijzigingen. Raadpleeg voor de kansen en bedreigingen van uw onderneming uw adviseur.

Paasheuvelweg 16, 1105 BH Amsterdam ZO  |  Postbus 22866, 1100 DJ Amsterdam ZO  |  tel +31 (0)20 56 46 000, fax +31 (0)20 56 46 001