Auto en fiscus
De fiscalen spelregels voor zakelijk autogebruik zijn in 2008 opnieuw ingrijpend gewijzigd. De maatregelen zijn er vooral op gericht om de aanschaf van schone en zuinige auto's te stimuleren en vervuilende auto's zwaarder te belasten. U moet als MKB-ondernemer binnen deze nieuwe regelingen de fiscaal voordeligste behandeling van de auto van de zaak opnieuw vaststellen, voor uzelf én voor uw medewerkers.
BPM omlaag, MRB omhoog
De komende vijf jaar gaat de belasting op de aanschaf van nieuwe auto's en motorrijwielen (BPM) jaarlijks met 5% omlaag. Per 1 februari is het BPM-tarief voor auto's verlaagd naar 42,3% van de netto catalogusprijs. Voor motoren is dit 19,4%. De motorrijtuigbelasting (MRB) is gestegen met 7,2%, om deze BPM-vermindering te compenseren.
BPM: meer milieudifferentiatie
Per 1 februari 2008 is de bonus voor zeer zuinige auto's (A-label) verhoogd van € 1.000 naar € 1.400. Voor zeer onzuinige auto's (G-label) is de malus (een opslag voor de BPM) verhoogd van € 540 naar € 1.600.
Voor hybride auto's wordt de fiscale stimulans verlengd tot 1 juli 2010. De korting op de BPM wordt wel verlaagd van € 6.000 naar € 5.000 voor hybriden met een A-label en voor hybriden met een B-label wordt de korting verlaagd van € 3.000 naar € 2.500. Ter compensatie komen hybriden vanaf 1 februari 2008 ook in aanmerking voor de bonus voor zuinige auto's.
Voor auto's met een elektromotor of met een verbrandingsmotor op waterstof (zero-emissionauto's) wordt het nihiltarief in de BPM met vijf jaar verlengd.
Slurptax
Voor alle personenauto's met een CO2-uitstoot boven 192 gram (diesel) en 232 gram (overige brandstoffen) geldt vanaf 1 februari 2008 een slurptax. Deze BPM-toeslag bedraagt € 110 bij iedere gram méér CO2- uitstoot en treft vooral duurdere SUV's en sedans.
Roettax
Voor dieselpersonenauto's komt per 1 april 2008 een roettax, een differentiatie van het BPM-tarief naar uitstoot van fijnstof. Auto's zonder uitstoot krijgen een BPM-korting van € 900. Deze korting neemt per milligram uitstoot af met € 200 en slaat bij vijf milligram om in een toeslag van € 100. Meer uitstoot aan fijnstof kost per milligram € 200 extra aan BPM.
MRB-milieudifferentiatie
Per 1 april 2008 is de MRB voor zeer zuinige auto's gehalveerd. Deze korting geldt voor auto's met een CO2-uitstoot van niet meer dan 95 gram (diesel) en 110 gram (benzine) per kilometer.
Hogere accijns
Door de stijgende olieprijs én verhoging van de accijns wordt tanken steeds duurder. De accijnzen gaan per 1 juli 2008 met 3 cent (rode en blanke diesel) en 1,5 cent (LPG) per liter omhoog. Daar komt nog 1 cent bovenop per 1 januari 2009.
Bijtelling privégebruik auto van de zaak
Voor automobilisten die een auto van de zaak privé gebruiken, is de bijtelling per 1 januari 2008 verhoogd van 22% naar 25% van de cataloguswaarde van de auto. Voor zuinige auto's met een CO2-uitstoot van maximaal 95 gram (diesel) en 110 gram (benzine, LPG of aardgas) per kilometer, is de bijtelling verlaagd naar 14%.
De Staatssecretaris van Financiën is van plan om een derde categorie voor de bijtelling in te voeren. Naast het percentage van 14 procent voor zéér zuinige auto's en 25 procent voor overige auto's komt er een derde percentage bij. Bestuurders van relatief zuinige auto's komen waarschijnlijk al vanaf 2009 in aanmerking voor een bijtelling van 20 procent. Tot deze categorie behoren auto's als de BMW116i, Volkswagen Golf 1.4, Mini Cooper, Seat Ibiza (diesel) en de Volkswagen Polo (diesel).
De 25% of 14%-bijtelling wordt berekend over de cataloguswaarde van de auto, inclusief BTW en BPM, zoals vermeld in de officiële Nederlandse prijscourant. Beslissend is de prijs ten tijde van de afgifte van het kentekenbewijs deel I. Voor auto's ouder dan 15 jaar geldt de waarde in het economisch verkeer als grondslag.
Bijtelling loon uit dienstbetrekking
Als werkgever moet u over de bijtelling loonbelasting inhouden en afdragen én de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet vergoeden (voor zover de bijtelling onder het maximuminkomen voor de Zorgverzekeringswet valt). De bijtelling telt in diverse loonbelastingregelingen mee als loon, maar niet in de pensioengrondslag van de werknemer.
Verklaring geen privégebruik
Werknemers die de auto van de zaak niet meer dan 500 kilometer per jaar voor privédoeleinden gebruiken, kunnen bij de inspecteur een ‘verklaring geen privégebruik' aanvragen. Honoreert de inspecteur deze verklaring, dan vervalt de bijtelling. Overschrijdt de werknemer de 500 privékilometers, dan moet hij de inspecteur verzoeken de verklaring in te trekken. De bijtelling heeft dan terugwerkende kracht tot 1 januari. Over de verstreken tijdvakken wordt door de Belastingdienst een naheffingsaanslag opgelegd verhoogd met inkomensafhankelijke bijdrage ZVW, heffingsrente en mogelijk een boete. De werkgever houdt rekening met de bijtelling vanaf de periode dat de Belastingdienst heeft aangegeven dat de verklaring niet meer geldig is. De inspecteur kan de verklaring ook op eigen initiatief intrekken indien de werknemer het beperkte privégebruik bij controle achteraf niet kan bewijzen. Ook dan wordt een naheffingsaanslag opgelegd.
Rittenadministratie
De automobilist die de bijtelling wegens privégebruik wil vermijden moet kunnen aantonen dat hij de auto van de zaak voor niet méér dan 500 kilometer voor privédoeleinden gebruikt. Dit kan aan de hand van een rittenadministratie. Bij een rittenadministratie moeten diverse gegevens worden bijgehouden. Allereerst moet het merk, type en kenteken van de auto en de periode van terbeschikkingstelling worden vermeld. Vervolgens moet per rit de datum, de begin- en eindstand van de kilometerteller, het begin- en eindadres, de gereden route (indien afwijkend van de meest gebruikelijke) én het karakter van de rit worden ingevuld. De rittenadministratie moet gedurende de gehele gebruiksperiode (per kalenderjaar) worden bijgehouden.
Bijtelling bestelauto's
De bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak vervalt voor bestelauto's die door hun aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt zijn voor het vervoer van goederen. Zoals serviceauto's, waarin naast de bestuurder alleen plaats is voor gereedschap en onderdelen. Wordt van zo'n bestelauto toch privé gebruik gemaakt, dan is de bijtelling gelijk aan het aantal privékilometers keer de kilometerprijs. Deze uitzondering geldt niet voor bestelauto's met twee voorstoelen of een voorbank. De bijtelling vervalt ook voor bestelauto's die na werktijd op het bedrijfsterrein achterblijven. Het privégebruik voor bestelauto's die door de aard van het werk afwisselend worden gebruikt door twee of meer werknemers, is moeilijk vast te stellen. In dat geval kan het privégebruik door middel van eindheffing belast worden bij de werkgever. Deze eindheffing bedraagt op jaarbasis 300 euro per bestelauto.
Verbod privégebruik
U kunt met uw werknemers contractueel overeenkomen dat zij de auto van de zaak uitsluitend voor zakelijke doeleinden (inclusief woon-werkverkeer) mogen gebruiken. Met dit ‘verbod privégebruik' vervalt de bijtelling. U moet dan aantoonbaar toezicht houden op het overeengekomen autogebruik. Dit toezicht hangt af van het reispatroon van uw werknemer. Hierover kunnen afspraken worden gemaakt met de inspecteur.
Eigen bijdrage
Uw werknemers kunnen de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak beperken door jaarlijks een eigen bijdrage te betalen. Deze bijdrage wordt in mindering gebracht op de 25% of 14%-bijtelling. De aftrek wordt uitsluitend verleend indien en voorzover de eigen bijdrage betrekking heeft op het privégebruik van de auto. De eigen bijdrage die werknemers betalen die een duurdere leaseauto willen rijden dan de werkgever wil geven, mag ook in mindering worden gebracht op de bijtelling.
Een werknemer kan de door hem in privé betaalde kosten van de auto van de zaak niet op zijn inkomen in aftrek brengen. Dergelijke kosten kunnen wel worden ‘omgebouwd' tot een aftrekbare eigen bijdrage of door u onbelast worden vergoed (terugbetaald). Het gaat dan om ‘intermediaire kosten', zoals parkeerkosten en kosten voor de wasstraat.
Ondernemings- of privévermogen
Gebruikt u als IB-ondernemer een auto zakelijk en privé, dan kunt u de auto tot het ondernemings- of privévermogen rekenen. Deze afweging is onder andere afhankelijk van de werkelijke autokosten en het verwachte aantal zakelijke- en privékilometers. De keuze kan uitsluitend bij ‘bijzondere omstandigheid' worden herzien. Gebruikt u de auto op jaarbasis voor minder dan 500 kilometer privé, dan wordt deze automatisch tot het ondernemingsvermogen gerekend. De bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak wordt tot uw gebruikelijk loon gerekend.
DGA en bestelauto
Als u als directeur-grootaandeelhouder van een bv niet langer BTW-ondernemer bent, kunt u geen gebruik meer maken van de ondernemersregeling voor bestelauto's. U moet dan alsnog BPM betalen over uw bestelauto. Deze ‘rest-BPM' moet worden berekend naar de waarde van de auto per 18 oktober 2007. Verder moet u vanaf 18 oktober 2007 motorrijtuigenbelasting betalen naar het ‘gewone' tarief. U kunt deze extra belastingheffing voorkomen door uw bestelauto alsnog op naam te zetten van de bv (mits u meer dan de helft van de aandelen in de bv heeft) of van een andere BTW-ondernemer.
Kostenvergoeding € 0,19 per kilometer
De maximale belastingvrije vergoeding voor autokosten (inclusief woon-werkverkeer) bedraagt € 0,19 per kilometer. Dit is inclusief kosten voor bijvoorbeeld parkeren, tol en de wasstraat. Verstrekt u als werkgever een vergoeding, dan moet u periodiek controleren of de door uw werknemers gedeclareerde kilometers daadwerkelijk voor zakelijke doeleinden (inclusief woon-werkverkeer) zijn verreden. Deze controle moet ook plaatsvinden als u als IB-ondernemer een aftrek claimt voor het zakelijk gebruik van uw privéauto.
Persoonlijk advies
Werknemers en werkgevers moeten de fiscaal voordeligste behandeling van de auto van de zaak samen vaststellen. De regelingen rond de auto van de zaak zijn echter complex en worden regelmatig gewijzigd. Neem voor uw specifieke situatie contact op met uw adviseur.


