De Pensioenwet

De Pensioenwet

Op 1 januari 2007 is de Pensioenwet ingegaan. Hierin zijn maatregelen opgenomen die ervoor moeten zorgen dat in de toekomst haast alle werknemers beschikking hebben over een aanvullend pensioen.

Totstandkoming Pensioenregeling

Een pensioenregeling begint bij het sluiten van een pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemer. Deze overeenkomst moet worden ondergebracht bij een pensioenuitvoerder, waarmee de werkgever een uitvoeringsovereenkomst sluit. Vervolgens moet de uitvoerder de pensioenovereenkomst vertalen in een pensioenreglement en iedere deelnemer voorzien van een startbrief waarin de inhoud van de regeling in heldere en begrijpelijke taal staat beschreven.

Informatieverplichting pensioenrechten

Deelnemers aan een pensioenregeling moeten goed worden geïnformeerd over hun pensioenrechten. Jaarlijks moeten zij door middel van het ‘uniforme pensioenoverzicht' een opgave ontvangen van de verworven én te bereiken pensioenrechten. Ex-deelnemers moeten eens in de vijf jaar worden geïnformeerd over de opgebouwde aanspraken. Daarnaast moeten deelnemers adequaat worden geïnformeerd over de regels van indexatie van de pensioenrechten.

Toetreding vanaf 21 jaar

Indien u als werkgever uw werknemers een pensioenregeling aanbiedt (u bent dit niet verplicht tenzij een verplichting is opgenomen in een collectieve pensioenregeling), moet u werknemers vanaf 21 jaar opnemen. Voorheen werd in de praktijk vaak de grens van 25 jaar gebruikt. Als de huidige pensioenregeling een toetredingsleeftijd kent van 25 jaar, moet dat worden gewijzigd in 21 jaar. Werknemers van 21 tot 25 jaar die tot voor kort nog geen deelnemer waren, zijn dat vanaf 1 januari 2008 wel.

Wachttijd

Sommige pensioenregelingen hanteren een wachttijd. Met ingang van 1 januari 2008 mag de wachttijd bij ouderdomspensioen niet meer bedragen dan twee maanden. Daarnaast mag de pensioenregeling helemaal geen wachttijd meer bevatten voor nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioenen.

Veegwet pensioenwet

Op dit moment ligt er in de Eerste Kamer een wetsvoorstel Veegwet Pensioenwet. Hierin wordt onder andere ingegaan op de bijstortingsverplichtingen voor werkgevers als een nieuwe werknemer aan waardeoverdracht doet. Dit is vooral van belang bij een werkgever die een verzekerde pensioenregeling heeft, terwijl de werknemer in de vorige dienstbetrekking een pensioenregeling bij een bedrijfstakpensioenfonds had.

Informatieverplichting premieachterstand

Als werkgever bent u verplicht de pensioenpremie af te dragen. Doet u dit niet, dan moet de pensioenuitvoerder de deelnemers hier tijdig over informeren. Gebeurt dit niet binnen de gestelde termijnen, dan loopt de uitvoerder het risico dat hij de pensioenregeling niet meer met terugwerkende kracht premievrij kan maken. Daarnaast moet de uitvoerder bij premieachterstand de risicodekkingen voor nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen in stand blijven houden.

C-polissen vervallen

De zogenaamde C-polissen, waarbij niet de werkgever, maar de werknemer verzekeringnemer is, zijn vervallen. Voortaan bent u als werkgever verzekeringnemer binnen een pensioenverzekering. De op 31 december 2006 bestaande C-polissen mogen wel ongewijzigd blijven doorlopen. Vanaf 1 januari 2008 is een C-polis ook voor bestaande gevallen niet meer toegestaan. Deze moeten dan ook zijn beëindigd of eventueel vervangen.

Overgangsrecht

Om de vervanging van de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) naar de Pensioenwet goed te laten verlopen, is voorzien in een uitgebreid overgangsrecht (de Invoerings- en Aanpassingswet Pensioenwet). Veel bepalingen uit de Pensioenwet gaan niet direct in, maar één of twee jaar later. Pensioenfondsen krijgen één jaar de tijd om de wijzigingen door te voeren en verzekeringsmaatschappijen twee jaar. Het jaar 2007 is een overgangsjaar.

Pensioenwet en dga

De Pensioenwet is niet van toepassing op de dga. Het blijft wel mogelijk een pensioenregeling overeen te komen met uw eigen (werkgever-) bv. De fiscale regels worden namelijk nauwelijks aangepast. Indien u uw pensioen geheel of gedeeltelijk wenst te verzekeren, wordt het verzekeringscontract in slechts een fiscale pensioenclausule geplaatst. Hierdoor is duidelijk dat het om een pensioenregeling gaat.

Bestaande pensioenregelingen

Indien u als dga op 31 december 2006 al een pensioenregeling had, blijft hierop in het overgangsjaar 2007 de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) van toepassing. In dit jaar heeft u de keuze om de Pensioenwet wel of niet op uw pensioenregeling van toepassing te verklaren. Om deze keuze te kunnen maken, moeten de voor- en nadelen op een rij worden gezet.

Waardeoverdracht dga-pensioen

Wanneer u als ‘gewone' werknemer aan de slag gaat en gaat deelnemen in een pensioenregeling, kunt u het onder de nieuwe wet opgebouwde dga-pensioen niet inbrengen in een werknemerspensioen. Wel is het nog steeds mogelijk om bij wijziging van dienstverband tussen (eigen) bv's de pensioenrechten door waardeoverdracht over te dragen. Daarnaast blijft het mogelijk om van eigen beheer te switchen naar een (pensioen)verzekering en andersom. Kiest u ervoor om (een deel van) de pensioenregeling onder de Pensioenwet te brengen, dan moet dit deel van de pensioenregeling ondergebracht zijn bij een verzekeraar. Na deze keuze kunt u dit deel echter nooit meer terughalen naar eigen beheer. Deze beperking van flexibiliteit is er niet als de Pensioenwet niet van toepassing is.

Echtscheiding

De Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) is aangepast en blijft van toepassing op het door dga's tijdens de huwelijkse periode opgebouwde ouderdomspensioen. Het maakt niet uit of u het ouderdomspensioen in eigen beheer opbouwt of bij een verzekeraar heeft ondergebracht. Ook het recht op bijzonder partnerpensioen ten behoeve van de ex-echtgenoot blijft bestaan. Dit wordt voortaan geregeld in de WVPS.

Minderheidsaandeelhouder

Bent u minderheidsaandeelhouder (met bijvoorbeeld 10% of 20% van de aandelen), dan is het extra belangrijk om goede afspraken te maken over uw pensioenregeling. Laat helder en duidelijk vastleggen wat er gebeurt bij tussentijds vertrek of ontslag. Aangezien de Pensioenwet niet van toepassing is, wordt dit niet automatisch geregeld. Was er op 31 december 2006 al een pensioenregeling, dan kan het goed zijn om te kiezen voor toepassing van de Pensioenwet.

Faillissement

Omdat u als dga niet onder de Pensioenwet valt, vervalt ook het civielrechtelijke afkoopverbod van pensioen. Dit zou bij faillissement betekenen dat een curator eenvoudiger over kan gaan tot het afkopen van de pensioenverplichting. Indien de pensioenvoorziening voor 1 januari 2007 tot stand is gekomen, kan dit een argument zijn om het dga-pensioen te verzekeren en onder de Pensioenwet te brengen. Dit pakt echter toch anders uit. Laat u hierover informeren door uw adviseur.

Persoonlijk advies

Door de invoering van de Pensioenwet moeten alle pensioenregelingen worden aangepast. Als dga met een op 31 december 2006 bestaande pensioenregeling, heeft u in het overgangsjaar 2007 moeten kiezen of u uw pensioenregeling wel of niet onder de Pensioenwet wenste te brengen. Uw adviseur kan de voor- en nadelen voor u op een rij zetten.

Paasheuvelweg 16, 1105 BH Amsterdam ZO  |  Postbus 22866, 1100 DJ Amsterdam ZO  |  tel +31 (0)20 56 46 000, fax +31 (0)20 56 46 001